Meteen naar de inhoud
Home » Blogs » Hoe het is om weer te drinken

Hoe het is om weer te drinken

De besmettingscijfers nemen af, mijn bijgelovige opa heeft inmiddels zijn tweede Moderna-prikje gehad en binnenkort zijn ook de jongeren eindelijk aan de beurt om gevaccineerd te worden. Alles lijkt weer terug naar het oude te gaan.

Ook het bier is als vanouds weer alom aanwezig. Nu de zon volop schijnt, sta ik weer vaker met vrienden in het park. Daarvoor was ik nog erg terughoudend met afspreken bij iemand thuis, ook al mocht het van de maatregelen. Buiten hoeven we gelukkig niet bang te zijn dat we de hele avond elkaars aerosollen inademen.

Alleen op een of andere manier voelt het nog wel onwennig wanneer ik weer een koude kletser uit het kratje haal. Iets in me zegt dat ik het beter niet kan doen, maar toch pak ik mijn sleutelhanger en verwijder in één ruk de kroonkurk.

Thuisdrinken

In mijn vorige blog over mijn tijd bij de studentenvereniging (mijn best gelezen stuk tot nu toe), beschreef ik alle hoogtepunten die ik heb meegemaakt, zoals de commissies en een bestuursjaar. Daarnaast was er uiteraard ook elke week een borrel en regelmatig nog een extra feest, waarop studentikoos veel bier achterover geslagen werd.

Zoals bekend, kwam daar abrupt een einde aan in maart vorig jaar. Ik ben toen de eerste lockdown bij mijn ouders thuis gebleven en geleidelijk ging ik steeds minder drinken.

In het begin dronken we iedere middag koffie met een tikje likeur erin en elke avond bij het eten trokken we een fles wijn open. Ik deed dan twee glazen, en mijn ouders samen anderhalf glas, om toch wat van de vreemde situatie te maken waarin de samenleving zich ineens bevond.

Ik weet niet of dit typisch Aziatisch is, maar mijn ouders zijn, los van het feit dat ze beide niet zo goed tegen alcohol kunnen, eigenlijk geen echte “thuisdrinkers”. De vele flessen cognac die ze cadeau hebben gekregen van familie staan nog onaangebroken in de vitrinekast ter decoratie. In Amsterdam zie ik daarentegen geregeld andere volwassen buurtgenoten naar de glasbak lopen met een volle tas.

Grappig genoeg gingen mijn ouders dus een tijdje juist wél drinken toen ik thuis was.

Na een paar weken merkte ik dat ik ‘s avonds veel productiever was als ik helemaal niets op had. Ik voelde me met mijn – naar westerse maatstaven – redelijke alcoholtolerantie niet meteen aangeschoten na een glas wijn zoals mijn ouders, maar ik had duidelijk minder energie om nog iets te doen, terwijl ik nog de hele avond voor me had. Zelfs als ik nog een espresso nam na het avondeten, dus het was geen “after dinner dip”. Uiteindelijk was ik dus gestopt met drinken.

Mijn ouders drinken nog steeds wel eens koffie met een likeurtje. Als mijn vader het inschenkt, doet hij voor de grap bij mijn moeder een beetje extra zodat ze zo rood als een kreeft wordt (de wel bekende “Asian glow”).

In den goeden ouden tijd – met dank aan de foto’c[ommiss]ie.

Liquid courage

‘Als je genoeg drinkt, wordt het vanzelf leuk.’ 

Nu ik zo lang nauwelijks gedronken heb, ben ik gaan beseffen hoeveel ik eerst dronk en op welke gelegenheden. Het was namelijk vooral tijdens de borrels, feesten en weekendjes weg met mijn dispuut dat ik, net als de rest, helemaal tot het gaatje ging. Oftewel: vooral tijdens sociale gelegenheden. 

Ik hoor vaak nog de anekdote dat studenten volgens het woordenboek per definitie geen alcoholist kunnen zijn, maar ik vraag me af of dat in de praktijk wel helemaal waar is. Althans, als ik voor mezelf spreek. Ben je als student niet óók in zekere mate afhankelijk van wat alcohol met je gesteldheid doet?

In tegenstelling tot de meeste Aziaten (waaronder dus mijn ouders), heb ik geen last van de zogeheten “Asian glow”, maar mijn persoonlijke struikelblok is dat ik van nature eigenlijk een introvert en verlegen persoon ben.[1]NB: introvert en verlegen zijn, betekent niet hetzelfde. Door al het borrelen, heb ik daarmee leren omgaan. Ik ben meer open en wat losser geworden. Nieuwe mensen zien het waarschijnlijk niet aan me als ik zenuwachtig ben en vinden me eerder een stuiterbal, omdat ik nu juist heel druk ga doen in plaats van stil te zijn.

Hoewel het vooral komt door de openheid die mijn dispuutsgenoten me lieten zien en de uitdagingen die het verenigingsleven bood, denk ik dat alcohol eveneens een grote rol heeft gespeeld in mijn weg om wat losser te kunnen komen. 

Een adtje voor de sfeer

Ik moet bekennen, in de drie en een half jaar dat ik actief lid was, heb ik heb zeker wel meer dan eens op de borrel gestaan met een futloos gevoel. Ik had dan een saaie studiewerk gehad en voor mijn gevoel weinig te vertellen, dan wel een hele drukke week en was dan eigenlijk moe. Gelukkig kon ik dan gewoon drankspelletjes spelen met iedereen zodat de tijd wat sneller voorbij ging.

Bij ieder adtje,[2]Studententaal; een biertje adten-atten, je glas in een teug opdrinken, komt van Ad fundum: tot op de bodem. (Bron: mijnwoordenboek.nl) dat ik moest doen als ik verloor, werd ik ook iets minder mijn ongemakkelijke zelf. En naarmate de borrel vorderde, werd ik steeds wat vrolijker, meer een feestende student zoals de rest.

Je vergeet even de deadlines die je moet halen, tentamens die eraan komen en andere bronnen van stress in het dagelijkse leven. Het gezegde op de vereniging luidt ook niet voor niets: ‘Als je genoeg drinkt, wordt het vanzelf leuk.’ 

Normaal

Inmiddels is mijn dronken-ik overgevloeid in mijn nuchtere-ik, in positieve zin. Ik kan nu ook zonder wat op te hebben met iedereen op elk gewenst moment tot in den treure praten over koetjes en kalfjes. Ik maak me er dus geen zorgen over dat ik nu weer net zo veel als eerst ga drinken om sociaal te kunnen doen. Sterker nog, alcohol voegt eerlijk gezegd qua gezelligheid voor mijzelf niets meer toe, dus eigenlijk vraag ik me af waarom ik nog steeds meedoe met drinken.

Waarschijnlijk is het grotendeels – zo clichématig als het maar kan – de groepsdruk waar ik steeds voor zwicht. In zowel de Nederlandse, als Chinese cultuur speelt alcohol een belangrijke rol. In veel Aziatische landen is een avondje drinken zelfs een manier om zakelijke conflicten op te lossen, terwijl men in het westen vaak eerder naar de rechter stapt, heb ik mij eens laten vertellen door een advocaat.

Daarnaast is het ook heel gewoon om wél te drinken en val je eigenlijk buiten de boot als je dat niet doet. Als je bij iemand wat gaat eten, dan wordt je standaard gevraagd of je “dieetwensen en/of allergieën” hebt. Maar als iemand een feestje geeft, dan is er niemand die aan je vraagt of er ook met jou rekening gehouden moet worden voor het aantal kratten en/of flessen dat ingeslagen moet worden.

Het vergt wel extra wilskracht om je tegen deze druk te verzetten, merk ik. Zeker als je student bent en iedereen ervan uit gaat dat je geen ‘echte’ verantwoordelijkheden hebt. Uit voorzorg geheelonthouder worden, lijkt me daarom persoonlijk erg lastig. Ik ken dan ook weinig mensen die vrijwillig geen alcohol drinken.

Misschien neem ik het allemaal te serieus. Ik geef het toe, een kaasplankje zonder rode port of sweet sherry is toch niet hetzelfde, en een lekker bakkie troost met een scheutje Grand Marnier is soms ook niet verkeerd. Alhoewel, er zijn vast genoeg alcoholvrije varianten uitgevonden.

Afijn. Ik kan niet anders zeggen, dat je er in het dagelijkse leven niet aan ontkomt om wat te drinken. Het is nu vooral opletten dat we met z’n allen niet drinken uit verveling of sociale ongemakkelijkheid. Men noemt alcohol weliswaar “een sociaal smeermiddel”, maar het moet naar mijn mening niet je brandstof worden.


Ik ben wel benieuwd: ben jij ook minder gaan drinken in coronatijd, of juist meer? Laat het weten in de reacties hieronder!

Voetnoten

Voetnoten
1 NB: introvert en verlegen zijn, betekent niet hetzelfde.
2 Studententaal; een biertje adten-atten, je glas in een teug opdrinken, komt van Ad fundum: tot op de bodem. (Bron: mijnwoordenboek.nl)