Meteen naar de inhoud
Home » Blogs » Blauwe hardloopschoenen

Blauwe hardloopschoenen

‘I just remember walking between them and feeling for the first time that I belonged somewhere.’

– Charlie (The Perks of Being a Wallflower, Stephen Chbosky)

Laatst zat ik weer mijn kast op te ruimen en daar zag ik ze weer staan: mijn eerste paar blauwe hardloopschoenen van het merk Asics. Ik ben niet, zoals ze het noemen, een sportief persoon. Van alles heb ik geprobeerd: van tennis tot hockey, badminton en zelfs fitness. Nouja, ik heb nooit op voetbal gezeten, maar dat terzijde. Toch heb ik met een beetje hulp een sport gevonden die ik nog steeds met enige regelmaat doe.

Het was een broeierige na-zomerse avond in hartje Athene, de laatste avond van onze Griekenlandreis aan het begin van de vijfde klas.. Alhoewel, aan de buurt waarin ons hotel zich bevond zou je niet denken dat we ons bevonden in het centrum van het land dat ook wel bekend stond als de bakermat van de Westerse beschaving. Naast de diploma-uitreiking was dit hét moment waar je als leerling aan het Johan van Oldenbarnevelt Stedelijk Gymnasium, voor geïntimeerden ‘het JvO’,  naar uitkeek. Al vanaf het moment dat je in de eerste klas met je veel te laag hangende Eastpak door de gangen rende.

Maar ineens was de week alweer voorbij. We zaten met z’n vijven in onze kamer. Paul, Imre, Polano, Gore en ik. We waren met z’n allen tot laat opgebleven. Na een hele week met een bus vol andere vijfdeklassers te hebben gezeten en een scala aan musea bekeken te hebben, hadden we eindelijk weer de tijd om terug te kijken op de afgelopen dagen. We vonden unaniem de reis leuker dan verwacht en keken er tegenop om weer naar school te moeten en de sleur van het dagelijkse leven op te pakken. De week in Griekenland was eigenlijk een soort mini-vakantie vlak voor de herfstvakantie geworden.

We waren, zoals de meeste mensen van ons jaar, aanvankelijk niet gecharmeerd van het idee om op een cultureel verantwoorde tour door Griekenland te gaan in plaats van stiekem feesten in Rome. Op de informatieochtend werden de meesten van ons afgeschrikt door de presentatie van mevrouw Groothuizen. Als je van urenlange busritten en zuilen knuffelen houdt, dan is Griekenland het land bij uitstek voor jou, was de kern van haar verhaal, iets wat niet bij iedereen tot de verbeelding sprak en zodoende kozen de meesten voor de Rome-reizen.

Als gevolg van het lage aantal aanmeldingen werden alle leerlingen door de schoolleiding opgeroepen om hun keuzes te overzien en werd een ultimatum gesteld. Er werd geloot wie er met de Griekenlandreis mee moesten en wie het vak Grieks volgde, had hoge kans om ingeloot te worden. Daarnaast mochten mensen zich ook vrijwillig opgeven. Van ons groepje deed alleen Paul Grieks, dus de berekening was snel gemaakt dat het voor ons voordeliger was om ons als collectief aan te melden. We wisten niet wat we moesten verwachten, maar uiteindelijk bleek het de beste beslissing te zijn die we ooit met z’n allen gemaakt hadden (op onze legendarische examenreis door Oost-Europa en Scandinavië na).

En zo kwam er weer een eind aan deze ervaring en moesten we eraan geloven om over een paar dagen weer naar school te moeten. Op een gegeven moment hadden we het over onze plannen voor de rest van het jaar, waardoor we op onze sportieve bezigheden uitkwamen.

“Ga jij weer verder met badminton?”, vroeg Gore aan me:

“Geen idee,” zei ik, “ik ben net voordat we weggingen gestopt met badminton.”

Paul keek plotseling op en keek me met een strakke blik aan: “Waarom kom je niet mee hardlopen? Ik ben ook pas net begonnen!”

Ik staarde even voor me uit en probeerde het te visualiseren. Rennen, door weer en wind, zonder concreet doel. Is dit wat ik zocht in een sport? Ik moest even lachen en keek of een grapje maakte, maar Paul hield zijn blik stevig op me gericht. Ik zag mezelf in zijn ronde, blauwe ogen en moest denken aan het vorige jaar, de vierde klas, toen mijn beste vriend net naar een andere school was gegaan vanwege zijn dyslexie. Opeens herinnerde ik me weer hoe ik er alleen voor had gestaan aan het begin van de bovenbouw. Na school niet meer samen op zijn kamer naar slechte muziek met teveel bas luisteren en genieten van zijn moeders zelfgemaakte kip met couscous en bietensalade. Totdat ik op een dag tijdens de kleine pauze bij Paul, Imre, Gore en Polano ging staan, en de pauze daarna, en ook de pauze daarna. Alles leek vanzelf weer goed te gaan, dus waarom ook niet?, dacht ik.

Zo heb ik datzelfde weekend gelijk mijn eerste paar hardloopschoenen gekocht: blauwe Asics met gele accenten. Toevallig bijna net zo blauw  en geel als de Saucony’s van Paul. We liepen elke woensdagavond vanaf zijn huis naar de stad en terug: 10 km. In de herfst werden we wel eens helemaal natgeregend, maar we renden door. “Hoe langer je erover doet, hoe natter je wordt,” riep hij altijd als ik achterliep of begon te klagen. Toch hield ik het vol. Na afloop kregen we dan een kopje earl grey thee en een gezellig oer-Hollands plakje ontbijtkoek met kaas. Ik had het daarvoor nooit zo gegeten. De ontbijtkoek was zoet en smeuïg, terwijl het zelf geschaafde plakje kaas zout op je tong smolt.

Zodoende gingen we steeds meer met elkaar om. Omdat we als enige van onze kleine, maar hechte vriendengroep Economie en Maatschappij deden, zaten we namelijk vaak in dezelfde les en deden we veel projecten samen. Ook waren we op elkaar aangewezen toen we op zoek gingen naar onze vervolgstudie. Paul ging heel veel universiteiten en verschillende opleidingen af. Van Midden-Oostenstudies tot criminologie. Hij woog na elke open dag de voors en tegens van elke studie af: de kans op een baan, carrièreperspectieven, maar vooral: mogelijkheden in het buitenland.

Ik was na één middagje in Amsterdam al verkocht aan Rechten aan de UvA. Gewoon, omdat de docent het zo boeiend kon vertellen en het me wel wat leek om op een groot luxueus kantoor te werken en elke dag maatpakken te dragen. Paul was aanvankelijk ook wel geïnteresseerd in rechten, maar hij kwam er al gauw achter dat rechten voornamelijk een Nederlandse studie was en hij zocht verder.

Uiteindelijk vond hij zijn internationale studie in het prestigieuze Leiden University College. Met vakken variërend van economie en politiek tot statistiek en seksuele diversiteit, en dat allemaal in het Engels, terwijl ik om de zeven weken een nieuw hoofdstuk in mijn wettenbundel opensloeg. Maar desondanks ga ik zo nu en dan nog steeds een rondje rennen, waarna ik een pak ontbijtkoek openmaak en een blok kaas uit de koelkast haal.