Meteen naar de inhoud
Home » Blogs » Een nieuwe hobby

Een nieuwe hobby

Deel II van mijn reeks over hoe mijn vrienden talen leren.

In mijn vorige blog interviewde ik Max. Deze week sprak ik via Zoom met een van mijn andere beste vrienden, Paul. Naast Nederlands en Engels beheerst hij ook Frans, Duits, Spaans en een beetje Deens. Hij heeft dus al redelijk wat vlieguren gemaakt met het leren van verschillende talen, maar ook op verschillende manieren. Zo heeft hij vakken aan de universiteit gevolgd en heeft hij een tijdje in Berlijn en Kopenhagen gewoond. Op dit moment is hij nu in zijn vrije tijd bezig met Russisch.

Ik ken Paul al sinds de eerste klas van de middelbare school. We hebben daar ook samen extra Frans gevolgd (voor het DELF scolaire, voor de kenners), maar voor hem is het talen-avontuur daar niet geëindigd, verre van zelfs. Nadat we elkaar hebben bijgepraat over onze plannen voor het Paasweekend, beschrijft hij hoe hij voor het eerst in de zomer van 2014 met organisatie EF naar Oxford ging om Engels te volgen, via don Quijote in Salamanca en Valencia Spaanse les kreeg en bij gastgezinnen verbleef, en hoe hij een ruim een halfjaar in Berlijn heeft gewoond.

‘Wat voor mij wel het belangrijkste is geweest, is als je er bent. Dus dat je gewoon daar zit en alles om je heen in die taal gebeurt, en dat dat het leerproces gewoon zo versnelt’, aldus Paul. 

Al snel komt hij met zijn eerste tip:

Wees niet bang om fouten te maken

‘Als je in zo’n gastgezin zit, dan word je ook geforceerd om de taal te gebruiken. En je voelt je heel onhandig, maar het grootste verschil is dat je gewoon leert door te denken van: ik moet gewoon fouten maken om sneller vooruit te komen’, vertelt Paul. 

‘Het is ook wel belangrijk als je dan het contact hebt met iemand die de taal als moedertaal heeft, dat je ook niet te onzeker bent, want vaak zijn ze ook gewoon behulpzaam en snappen ze dat je vanaf nul begint. Dus ik heb eigenlijk nog nooit een negatieve ervaring gehad.’

Hoe begin je met het leren van een compleet nieuwe taal?

Ik was nu vooral benieuwd geworden hoe Paul als doorgewinterde student het leren van een nieuwe taal nu zou aanpakken. ‘Het klinkt heel saai, maar ik denk dat grammatica wel écht de basis is voor een taal. (…) Als je die fundamentele grammatica niet begrijpt, is het echt lastig om in het begin snel stappen te maken, want dan ken je misschien eerst wel een paar losse woorden, maar dan weet je niet hoe ze met elkaar in verband staan of naar wat ze verwijzen.’ 

Hij vertelt verder dat je daarnaast ook zoveel mogelijk de taal moet consumeren, luisteren, lezen. ‘Een beetje een bubbel voor jezelf creëren waarin je dan die taal zoveel mogelijk tegenkomt.’ We praten ook over mijn interview met Max en zijn tips. Paul zegt dat je meer nodig hebt dan alleen “exposure”, maar juist “immersion”, dat je echt jezelf moet onderdompelen in de taal.

Bijna wil ik hem onderbreken om te vragen hoe hij dit voor zich ziet onder de huidige coronabeperkingen, maar hij is me al voor. Hij benadrukt dat er online nog steeds veel mogelijk is. Zo is hij altijd groot fan geweest van muziek als middel om een taal te leren. ‘Ik luister naar een heleboel verschillende genres, maar het komt ook deels omdat ik in verschillende talen ook nieuwe muziek wilde leren kennen en weten van: Wat is dan de link met de cultuur, wat betekent dit woord in de lyrics [songtekst, red.]? Dus een soort van speelse manier om toch te leren, maar het voelt dan niet echt alsof je aan het “studeren” bent.’

Ik stop met meetypen en staar even uit het raam voor me. Ik realiseer me dat fotografie tot nu toe eigenlijk het enige is geweest waarmee ik helemaal níets hoefde te doen voor iets of iemand anders. Volledige vrijheid. We komen tot de conclusie dat het dus echt een hobby moet worden. ‘Als het voelt als met je neus in de boeken zitten, dan ben je al snel moe en denk je van: oef, moet ik dan echt die grammatica doen elke dag? terwijl er ook veel meer laagdrempelige manieren zijn om toch met de taal bezig te zijn.’

‘Voor mij is het natuurlijk ook het stukje communicatie, het contact met anderen. Dat heb ik zelf heel sterk.’

Paul blijkt net als Max ook series te kijken om een nieuwe taal te leren. Aanvankelijk kijkt hij met Engelse ondertiteling en luistert zoveel mogelijk om gewend te raken aan de uitspraak en woorden te kunne onderscheiden. Daarna schakelt hij over naar de Spaanse ondertiteling en op een gegeven moment (op B2/C1-niveau) zet hij het helemaal uit. Hij pauzeert tijdens het kijken ook, zoekt woorden op, en noteert ze. ‘Ik heb ook echt wel woordenlijsten op mijn telefoon gehad’, vertelt Paul met een onschuldige lach. 

Hij vertelt verder en suggereert dat het kijken van series ook mensen met elkaar verbindt. Zo zijn er online community’s te vinden van mensen die fan zijn van een bepaalde serie. Ook kun je blijkbaar los gewoon zoeken naar mensen die de taal spreken die jij wilt leren en zelf ook op zoek zijn naar iemand om Nederlands of Engels (of een andere taal die je al beheerst) mee te oefenen en zo gesprekspartners te vinden.

Ook raadt hij taalfilmpjes op YouTube aan, vanwege de lengte ervan zodat je snel iets kunt opzoeken, maar zeker nu je de afspeelsnelheid kunt aanpassen en soms is er ook ondertiteling beschikbaar. ‘Het luister-stuk is voor mij heel belangrijk, om zoveel mogelijk als een spons in je op te nemen.’

Leesvoer

Verder hebben we het ook gehad over het lezen van de taal. ‘Ik heb een heleboel nieuwsapps op mijn telefoon in verschillende talen en dat is nu ook wel handig omdat ik die talen een beetje kan bijhouden.’

Meteen beginnen met het lezen van boeken, dat raadt Paul daarentegen weer af. ‘Lezen van echte boeken, dat kun je in het begin gewoon nog niet.’ Daarvoor moet je een hoger niveau hebben (B2/C1), is zijn ervaring. Toen hij eindelijk in het Frans, Spaans en Duits boeken ging lezen, waren dat wel meesterwerken van de desbetreffende taal, vertelt hij, niet boeken die hij al kende – iets wat vaak als tip wordt gegeven. ‘Dat vond ik met Spaans altijd leuk, omdat de Spaanstalige wereld echt een stuk verder gaat dan alleen Spanje natuurlijk. Dus dan leer je echt een stuk meer cultuur kennen, juíst door de literatuur die je leest.’

Ik kwam ook onbedoeld meer te weten over mijn blonde vriend die ik al meer dan tien jaar ken. ‘Ik heb zelf poëzie ook altijd leuk gevonden, dus een heleboel Franse poëzie gelezen. Van Baudelaire tot weet ik veel. En dat heb ik met Spaans ook gedaan. Maar’, voegt hij eraan toe, ‘je moet in die zin poëzie wel leuk vinden.’

Schrijf wat op

Daarnaast oefent Paul ook actief met schrijven in de doeltaal. ‘Nu met Russisch, schrijf ik elke dag gewoon een paar zinnen op. Of het nou je gedachtes zijn of dat het over je dag gaat of gewoon een random onderwerp. Niemand anders hoeft het te lezen. Gewoon 5-10 zinnen – of 3 zinnen als je geen zin hebt – zolang je maar steeds een beetje opschrijft.’ 

Voor een taal met een ander schrift, zoals Russisch, komt dat volgens Paul zeker van pas.’ Het leren lezen van een ander schrift is één ding, maar ook het zelf kunnen opschrijven is weer een andere oefening.’ Ik denk dat dit ook voor Chinees zal gelden.

Het doel

Max beschreef ook dat je in ieder geval een doel moet hebben om een taal te kunnen leren en dat Paul dat zeker heeft, wordt al gaandeweg duidelijk terwijl hij uitlegt dat hij ook zichzelf opneemt en terugluistert, wat hem helpt om zelf zinnen te formuleren, ook als hij even geen gesprekspartner tot zijn beschikking heeft. 

Hij merkt ook op dat hij op een meer intensieve manier talen heeft geleerd, dan misschien gebruikelijk is. ‘Ik wil het echt kunnen gebruiken om nieuwe contacten te vinden en toch meer met de cultuur kennis te maken, maar ook nu in een professionele context. Ik bedoel: ik heb die taaldiploma’s op C1-niveau, en daar ben ik ook met Russisch mee bezig, dat maakt je ook gewoon professioneel interessant.’

Terwijl we nu al een tijdje bezig zijn, heeft Paul volgens mij weten te bespeuren wat de achterliggende gedachtes van mijn interviews zijn. Hij vraagt mij ook naar míjn motivatie:

‘Hoe zit het dan bij jou? Heb je dan ook nog een soort van verbinding met je roots, of heb je dat niet zo?’

Het verbaast me niet, ik deel met hem een speciale band. Hij weet wat er in mijn hoofd speelt zonder dat ik iets hoef te zeggen – zelfs als we via Zoom afspreken. Maar om zijn vraag te beantwoorden: nee, het voelt voor mij eigenlijk eerder alsof ik dat gevoel moet hebben, dat andere mensen van mij verwachten dat ik verbinding zoek met mijn Chinese afkomst, en niet dat het echt uit mezelf voortkomt. Paul weet meteen wat ik bedoel. ‘Als je je van binnen minder Chinees voelt dan dat mensen je van buiten beschouwen’, laat hij me weten, ‘dan moet je echt niet denken van: ik wil de taal leren omdat het erbij hoort. Je moet het wel echt uit intrinsieke motivatie willen doen.’

Nu ik gesprekken erover voer, merk ik hoe grappig het is om te zien hoe iedereen er tegenaan kijkt die een andere taal leert, die eigenlijk niets met hen te maken heeft. Ik ben dus inderdaad op zoek naar wat mijn eígen motivatie is om Chinees of een andere taal te leren. ‘Dan is het toch echt die culturele interesse, en voor mij natuurlijk ook het stukje communicatie, het contact met anderen. Dat heb ik zelf heel sterk.’

Weer geeft Paul me een aanwijzing om tot een doel te komen die tot mijn verbeelding spreekt. ‘Het kan ook best concreet zijn: Wat wil ik kunnen doen in de taal, wat wil ik kunnen begrijpen? Je kunt ook kijken als je eigen interesses hebt, van: Dit vind ik sowieso interessant, is er in die taal ook iets beschikbaar over mijn interesse?’ Als voorbeeld geeft hij het leren van voetbaltermen in het Spaans, in zijn geval.

Wat nou als (je het gevoel hebt dat) je tijd beperkt is?

Je moet dus enige tijd spenderen aan het consumeren van media in de taal die je leert. Hardop denkend vertel ik dat ik al jaren regelmatig animé kijk in het Japans met Engelse ondertiteling, maar dat ik nog steeds geen Japans kan. Weer begreep Paul direct wat ik bedoelde. ‘Dan blijft het ook passief, want dan gebruik je het ook niet.’ 

Je moet dus wel echt jezelf voorhouden dat je zelf iets met de taal wilt kunnen, niet alleen het een beetje begrijpen of het een beetje leuk vinden. ‘Dat hoeft niet zoveel tijd te zijn. Het kan zijn een kwartiertje tot een uurtje zijn. Je kunt jezelf onderdompelen door elke dag een klein beetje tijd te reserveren voor de taal en dat je dan bijvoorbeeld naar één liedje luistert of twee zinnen opschrijft. Dat is in ieder geval al meer dan dat je op één dag even gaat blokken.’

Nog een belangrijke tip, zeker voor millennials, is: ‘Je moet ook niet té ambitieus zijn. Soms moet je ook denken van: oké, ik ben nu met de taal bezig en het duurt even voordat ik een flinke woordenschat heb, dus ik ben allang blij als ik vandaag 10 nieuwe woorden heb geleerd.’ 

Hoe houd je alles wat je hebt geleerd bij?

Ten slotte wilde ik nog weten van een taal-veteraan als Paul hoe hij alles bijhoudt wat hij geleerd heeft en niets vergeet als hij iets nieuws leert. ‘Ik vrees dat de pijnlijke waarheid is dat je het tóch vergeet. Je doet je best om het bij te houden, je leest verschillende nieuwsapps, luistert naar muziek in verschillende talen, maar dan is het toch een stukje passiever. Het is onvermijdelijk – dat merk ik nu met mijn Duits – dat het actieve toch wel weggaat.’

Dat doet me weer denken aan wat hij in het begin van ons gesprek vertelde, hoe hij in Berlijn ging wonen nadat hij zijn C1-diploma voor Spaans had gehaald en meteen Duits wilde oefenen door in de supermarkt vragen te stellen over dingen. ‘Toen was mijn probleem dus dat er steeds Spaans in mijn hoofd kwam, omdat dat de “derde taal” was [naast Nederlands en Engels] die toen op dat moment in mijn hoofd zat. Dat is heel storend, want dan probeer je iets te zeggen in het Duits, maar dan komt het in het Spaans in je hoofd. Dus ook om die talen een beetje gescheiden te houden is best wel lastig. Een luxeprobleem, denk ik dan.’

>>> Lees ook het vorige deel: Kun je ook Chinees? >>>