Meteen naar de inhoud
Home » Blogs » Gewoon wat een Aziaat ’s avonds eet

Gewoon wat een Aziaat ’s avonds eet

Zo zou ik mijn kookboek noemen met gerechten die ik vaak nuttig. Elke keer dat ik de vraag krijg wat ik thuis eet, dan wel of ik Chinees kan koken, zou ik dan een exemplaar kunnen overhandigen. Hoe mooi zou dat zijn!

Ik vrees alleen dat ik ze niet allemaal zelf zou kunnen bereiden, wat volgens mij wel de bedoeling is als je een kookboek uitbrengt. 


Ondanks dat ik veel tijd doorbracht in en om het restaurant, ben ik eigenlijk pas zelf gaan koken toen ik ging studeren en doordeweeks op kamers ging wonen. Chinees was toen echter niet het eerste wat in me opkwam om te maken; thuis at ik het al genoeg.

Dus toen ik eindelijk de gelegenheid had om ongegeneerd alle recepten uit te proberen die ik op internet tegenkwam, ging ik daarmee aan de slag.

Zo zijn Mac ‘n Cheese, Okonomiyaki en Chicken Marsala, een aantal gerechten die ik daarvoor nooit thuis had gegeten. Daarnaast zijn het best makkelijke, maar toch smaakvolle gerechten, dus ik kan ze zeker aanraden aan de beginnende student.

Zoals ik al in een eerdere blog schreef, eet ik ook vaak gerechten met rijst aangezien de rijstkoker alles voor me doet, maar ik zou niet zeggen dat ik écht Chinees kan koken. 

Op gevoel

Onder Chinees koken versta ik namelijk de manier waarop mijn vader en de andere koks in het restaurant het doen. In tegenstelling tot de koks die je op tv ziet, hebben zij helemaal geen recept waarbij de ingrediënten in theelepels en millimetertjes staan opgesomd.

Wanneer ik vraag hoe iets gemaakt is, krijg ik meestal als antwoord: ‘Een schep je hiervan, een schepje daarvan, totdat je zelf denkt dat het genoeg is’.

Ik zag ooit een filmpje dat dit fenomeen goed illustreert. Hierin leert Gordon Ramsay in Maleisië beef rendang maken bij een lokaal restaurantje. Het recept bestaat slechts uit twee woorden: Agak agak, wat zoiets betekend als: ‘op gevoel’.

Zeer vermakelijk om te zien hoe een Britse sterrenchef die meerdere kookboeken op zijn naam heeft staan een ware paradigmawisseling doormaakt.

Inmiddels heb ik het ook losgelaten om alle elk recept tot op het laatste grammetje op te volgen (behalve bij het bakken), maar er is nog een praktische reden dat ik bijna geen Chinees kook, ook al zou ik het allemaal kunnen. 

Om echt Chinees te kunnen koken, moet je pan namelijk nog heter dan heet zijn en moet je met een flinke scheut olie beginnen. Dit zorgt er namelijk voor dat de smaken van je basis-ingrediënten, namelijk knoflook, ui en gember (ik noem het altijd de ‘Chinese keuken-starterpack’), eruit komen. 

Als je thuis op die manier kookt, zit je hele keuken dus binnen een mum van tijd onder het vet. Maar goed, je moet er ook weer wat voor over hebben om lekker te kunnen eten.